Naar hoofdinhoud
1.. De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm of de toeslag voorziet. 2.. a. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20 % van het netto minimumloon indien er in het geheel geen woonkosten zijn; b.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20 % van het netto minimumloon indien,in geval van een echtscheidingssituatie, de woonlasten van de eigendomswoning bij wijze van alimentatie door de (ex)partner worden voldaan. c. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10 % van het netto minimumloon indien, ingeval van een echtscheiding, de woonlasten van de eigendomswoning bij wijze van alimentatie gedeeltelijk door de (ex) partner worden voldaan. d. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10 % van het netto minimumloon indien een hypotheekvrije eigendomswoning wordt bewoond. e. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20 % van het netto minimumloon indien een kraakpand wordt bewoond zonder woonlasten. f. De verlaging alsbedoeld in het eerste lid bedraagt 10 % van het netto minimumloon indien een zwervend bestaan wordt geleid en dientengevolge geen aantoonbare woonlasten aanwezig zijn. 3.. De in het tweede lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel