Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Havengeld 2010

Geen havengeld wordt geheven voor: vaartuigen van het rijk, de provincie Noord Holland, waterschappen en de gemeente; vaartuigen, die in opdracht van de gemeente worden gebruikt voor werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde wateren, werken en inrichtingen; open roeiboten en kano's; woonschepen als bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting; reddingsvaartuigen; hospitaalschepen, bedoeld in de wet van 30 december 1905, Stb.383; vaartuigen, bestemd om te worden voortbewogen door windkracht, waarbij geen grotere zeiloppervlakte kan worden gevoerd dan 12 vierkante meter; vaartuigen die, ten gevolge van storm, ijsgang of andere weersomstandigheden, e.e.a. ter beoordeling van de havenmeester, gedwongen zijn gebruik te maken of te blijven maken van de openbare gemeentelijke wateren, gedurende het tijdvak van dat gebruik; vrachtschepen die, zonder te lossen of te laden, des zaterdags na 12.00 uur gebruik maken van de openbare gemeentelijke wateren en voor 12.00 uur van de daaropvolgende maandag afvaren; charter en passagiersschepen die, zonder te lossen of te laden, gebruik maken van de openbare gemeentelijke wateren ter verkrijging van geneeskundige behandeling voor zich aan boord bevindende zieken, mits het gebruik niet langer duurt dan voor het e.e.a. noodzakelijk is en de duur van één maand per jaar niet te boven gaat; vaartuigen welke eigendom zijn van het koninklijk huis; opleidingsvaartuigen voor zee- en binnenvaart voor zolang zij voor dit doel gebruikt worden; vaartuigen welke niet laden of lossen en gebruik van de haven maken tussen 10.00 uur en 16.00 uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel