Naar hoofdinhoud
De voorzitter en de griffier van de commissie dragen er zorg voor dat: op het in artikel 11 bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft opgemaakt onverwijld in verzegelde envelop en gerubriceerd als ‘geheim’ worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats; van de onder a. bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 10, lid 3 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt, waarin melding wordt gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1, sub a. en c. van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar; originele bescheiden die de commissie van derden heeft ontvangen onmiddellijk worden teruggezonden; alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel