Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Samenstelling

Onderdeel van REGELING ADVIESCOMMISSIE KUNST EN CULTUUR BERGEN

1.. De commissie bestaat uit vijf leden en een commissiegriffier zonder stemrecht (de beleidsmedewerker Kunst & Cultuur). 2.. De commissieleden hebben een aantoonbare affiniteit met en een algemene kennis van kunst en cultuur en vertegenwoordigen de belangrijkste kunstdisciplines. Minimaal twee commissieleden hebben kennis van en een onderbouwde visie op beeldende kunst in de openbare ruimte. Minimaal twee commissieleden hebben specifieke kennis van het culturele veld in de gemeente Bergen. Minimaal één commissielid heeft expertise op het gebied van kunsteducatie. 3.. Kandidaten voor het lidmaatschap van de commissie worden geworven door een advertentie in het Noord-Hollands Dagblad, BK-informatie, op www.bergen-nh.nl en in de gemeentelijke huis- aan huisbladen. 4.. De commissieleden worden benoemd door het college. 5.. De zittingsduur van de commissieleden bedraagt vier jaar. Een afgetreden lid kan onmiddellijk worden benoemd voor een tweede en laatste termijn van vier jaar. 6.. Het college is bevoegd om tijdelijk commissieleden aan de commissie toe te voegen of deskundigheid in te huren indien dat voor de beoordeling van een project of subsidieaanvraag nodig is. Deze tijdelijke commissieleden vertegenwoordigen dan de maatschappelijke omgeving (bewoners, gebruikers en eventuele andere belanghebbenden) of brengen een bepaalde gewenste expertise in. 7.. Het aantal tijdelijke commissieleden kan nooit meer bedragen dan vier. 8.. De zittingsduur van de tijdelijke commissieleden is niet langer dan de tijd die de realisatie van het project waarvoor zij zijn benoemd, in beslag neemt. 9.. Het lidmaatschap van de adviescommissie kan te allen tijde op eigen verzoek worden beëindigd door schriftelijke kennisgeving aan het college. Wanneer een lid gedurende langere tijd niet voldoende functioneert, kan het college, gehoord de voorzitter en de commissiegriffier, het commissielidmaatschap tussentijds beëindigen. 10.. Een project of subsidieaanvraag waarbij een lid van de commissie persoonlijk, functioneel dan wel bestuurlijk, direct of indirect betrokken is kan niet in behandeling worden genomen tenzij desbetreffend lid afziet van deelname aan de beraadslaging en de stemming over het project.

Rechtspraak bij dit artikel