Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Procedure informeel traject

Onderdeel van Regeling ongewenst gedrag gemeente Stichtse Vecht

Indien klager in samenspraak met de vertrouwenspersoon besluit tot bemiddeling, meldt de vertrouwenspersoon de klacht aan de afdelingsmanager en informeert deze over de gang van zaken tot dan toe. Indien de klacht het gedrag van een teamleider of afdelingsmanager betreft, wordt de gemeentesecretaris geïnformeerd. Indien de klacht het gedrag van de gemeentesecretaris betreft, wordt de burgemeester geïnformeerd. Indien klager dat wenst, kan de klager bij degene die door de vertrouwenspersoon is geïnformeerd (zie lid 1 van dit artikel) een bemiddelaar voordragen die hij/zij vertrouwt. Diegene toetst of de aangeklaagde akkoord gaat met de door klager voorgedragen bemiddelaar. Indien de klager geen bemiddelaar voordraagt, wijst degene die door de vertrouwenspersoon is geïnformeerd (zie lid 1 van dit artikel) – na consultatie van de vertrouwenspersoon - een leidinggevende aan (niet zijnde de directe leidinggevende van klager of aangeklaagde) of een ander geschikt persoon (in overleg met klager en vertrouwenspersoon) om de bemiddeling op gang te brengen, hierna te noemen bemiddelaar. Bemiddelaar informeert de aangeklaagde over de klacht. De bemiddelaar is met inachtneming van de vertrouwelijkheid bevoegd informatie in te winnen bij alle betrokkenen. Van de aldus verkregen informatie stelt de bemiddelaar een verslag op voor degene die door de vertrouwenspersoon is geïnformeerd (zie lid 1 van dit artikel). Indien de bemiddeling door de bemiddelaar niet tot resultaten leidt, kan degene die door de vertrouwenspersoon is geïnformeerd (zie lid 1 van dit artikel), indien klager dit wenst, naar aanleiding van gesprekken met de vertrouwenspersoon, de bemiddelaar en het ingediende verslag, zelf bemiddelend optreden. De vertrouwenspersoon en de bemiddelaar zijn tot geheimhouding verplicht. De geheimhoudingsplicht van de vertrouwenspersoon kan onder omstandigheden ook gelden naar de gemeentesecretaris toe. De geheimhoudingsplicht vervalt voor de vertrouwenspersoon niet na beëindiging van de benoeming als vertrouwenspersoon en voor de bemiddelaar niet na beëindiging van de bemiddeling. De klager kan in elke fase van het informeel traject overgaan op het formele traject – zoals bedoeld in paragraaf B - en een oordeel van de externe Klachtencommissie vragen. Het informele traject wordt op dat moment beëindigd. Degene die door de vertrouwenspersoon is geïnformeerd (zie lid 1 van dit artikel) kan na afloop van het informeel traject voorstellen doen voor: een structurele niet-rechtspositionele dan wel een bemiddelende oplossing; het opstarten van een rechtspositionele procedure in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 16 van de CAR/UWO; het overdragen van de klachtbehandeling aan de externe Klachtencommissie van de VNG zoals bedoeld in paragraaf B, waartoe echter uitsluitend de klager zelf kan besluiten.

Rechtspraak bij dit artikel