Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
Het is verboden zonder vergunning van het college een weg
aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
weg te graven of te spitten, in of onder de weg kabels of
leidingen met toebehoren aan te leggen, aard of breedte van
de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare
ontsluitingswegen van gebouwen.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
op werkzaamheden, die in opdracht van het rijk, de
provincie, de gemeente, het waterschap of een openbaar
nutsbedrijf in het kader van het uitvoeren van zijn/haar
publiekrechtelijke taak worden uitgevoerd.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door het
Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Noord-Brabant ,
de Waterschapskeur of de Telecommunicatiewet en de daarop
gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente
Tilburg.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd indien de veiligheid
en bruikbaarheid van de weggebruiker in het geding is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.
Artikel 14.
Artikel 14.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005