Weigering vergunning.
De burgemeester kan de vergunning weigeren als bedoeld
in artikel 38, indien de vestiging of exploitatie van
het horecabedrijf in strijd is met een geldend
bestemmingsplan of een geldende
Leefmilieuverordening.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel
38 geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn
oordeel moet worden aangenomen, dat de woon- en
leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de
openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid
van het horecabedrijf.
Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde
weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
karakter van de straat en de wijk, waarin het
horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard
van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het
woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan
door de exploitatie van het horecabedrijf.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in
artikel 38, voor een inrichting waarin geen
alcoholhoudende dranken worden verkocht, eveneens als
niet voldaan is aan één of meer van de in artikel 39 en
40 genoemde eisen.
De burgemeester weigert een vergunning voor het
exploiteren van een inrichting, waarin alcoholhoudende
dranken worden verkocht, eveneens als de leidinggevende
van het horecabedrijf niet in het bezit is van een
vergunning als bedoeld in artikel 3 Drank- en
Horecawet.
De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in artikel
38 eveneens weigeren, indien één of meer leidinggevenden
van een inrichting binnen drie jaar voor de indiening
van de vergunningaanvraag een horeca-inrichting heeft
geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die
wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting
van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen,
gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om
die reden is ingetrokken.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3. › Paragraaf 2:
Artikel 41.
Artikel 41.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Tilburg 2005