Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt, een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.
De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Als de wethouder ervoor kiest de mobiele telefoon ook voor privédoeleinden te gebruiken, wordt de in artikel 14 bedoelde onkostenvergoeding gekort met het bedrag dat geldt voor de component telefoonkosten, met dien verstande dat de component telefoonkosten tot een bedrag van € 25,00 niet wordt gekort.
Hoofdstuk
Artikel 22
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010