Het in artikel 13 (RAP: 6:2:1:1) aangegeven basisverlof wordt verhoogd met:
3 maal 7,2 uur voor hen, die in het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar bereiken of jonger zijn;
2 maal 7,2 uur voor hen, die in het kalenderjaar de leeftijd van 19 jaar bereiken;
1 maal 7,2 uur voor hen, die in het kalenderjaar de leeftijd van 20 jaar bereiken.
Vervolgens wordt het aangegeven basisverlof verhoogd met 1, 2, 3, 4, 5 of 6 maal 7,2 uur over het kalenderjaar waarin de ambtenaar de leeftijd van respectievelijk 30, 40, 45, 50, 55 of 60 jaar bereikt, alsmede over de daaropvolgende kalenderjaren.
(RAP: Artikel 6:2:1:2 Leeftijdsverlof).