Voor de berekening van het binnenhavengeld:
wordt het laadvermogen van het vaartuig uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;
wordt als aantal m² aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte; zijnde de grootste lengte maal de grootste breedte, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;
wordt, indien het vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of van soort is veranderd, voor de toepassing van de tabel uitgegaan van de feitelijke omstandigheden;
indien de in onderdeel a en b bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt, wordt het laadvermogen in tonnen dan wel de grootste breedte en/of de lengte over alles ambtshalve vastgesteld;
wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het desbetreffende soort vaartuig genoemde termijn gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan.