Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1:1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b.; weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; openbaar water: alle wateren die - al dan niet met enige beperking - voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet; rechthebbende: degene die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; hoogspanningsleiding: een leiding behorend tot het landelijk hoogspanningsnet zoals bedoeld in de Elektriciteitswet; bevoegd gezag: het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel