Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 1.

Artikel 2:1

Samenscholing en ongeregeldheden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009

1.. Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag te vertonen als dat leidt tot wanordelijkheden. 2.. Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval waardoor er ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.. De burgemeester kan voor een openbare plaats of weg voor een   beperkte periode een samenscholingsverbod afkondigen indien naar het oordeel van de burgemeester op deze openbare plaats of weg de openbare orde ernstig wordt verstoord door veelvuldige en structurele hinder of andere vormen van door een groep veroorzaakte overlast. 4.. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen, wegen of   weggedeelten die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 5.. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. 6.. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Rechtspraak bij dit artikel