**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, op, in, over of boven de weg te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
**2..** Het verbod dgeldt niet voor:
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:- geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt;- geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;- geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
evenementen als bedoeld in artikel 2:25;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
winkelwagentjes;
vaste containers die van gemeentewege zijn geplaatst ten behoeve van de al dan niet gescheiden inzameling van huishoudelijk afval;
uitstallingen en voorwerpen (met uitzondering van reclame- en stoepborden) ter verfraaiing van de entree indien:
I. deze binnen 100 cm van de gevel van het betreffende pand blijven en
II. de strook voor visueel gehandicapten en de ruimte 50 cm aan weerszijden vande strook vrij blijven van obstakels en
III. de resterende vrije- of stoepruimte minimaal 150 cm bedraagt, met uitzonderingvan de trottoirs van de Stationsweg, de Steenstraat, de Nieuwe Beestenmarkt(oostzijde), de Turfmarkt, het Kort Rapenburg (oostzijde), de Breestraat, deKorevaarstraat en de Doezastraat waar vanwege de belangrijke functie voor hetvoetgangerverkeer de vrije doorgang voor voetgangers minimaal 200 cm moetbedragen of zoveel het straatprofiel toelaat, enIV. in voetgangersgebieden een minimale ruimte van 300 cm overblijft voor eenongehinderd passeren van het alarmverkeer;
containers, steigers, porta cabins e.d. ten behoeve van bouwactiviteiten mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2 en de voorwerpen niet langer dan een maand worden geplaatst en de plaatsing geen gevaar of hinder voor personen of goederen oplevert;
containers, steigers, porta cabins e.d. ten behoeve van bouwactiviteiten mits de oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2 en de voorwerpen langer dan een maand maar niet langer dan zes maanden worden geplaatst en de plaatsing geen gevaar of hinder voor personen of goederen oplevert, mits van de plaatsing melding is gedaan aan het college.
**3..** Het is verboden op, aan, overin of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen aan te brengen of te hebben indien:
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, of
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**4..** Voor de toepassing van het tweede lid, onder c., wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
**5..** De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;e. de vergunning wordt geweigerd wanneer het gebruik van een uitrit leidt tottegenstrijdigheid met het bestemmingsplan
**6..** Indien de aanvraag voor het in het eerste lid bedoelde gebruik betrekking heeft op een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht beslist het bevoegd gezag als bedoeld in de Wabo op de aanvraag zulks in afwijking van het bepaalde in het eerste lid.”
**7..** Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet:
voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement
de weigeringsgrond van het vijfdelesde lid, onder a, geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet
de weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor vergunningplichtige bouwwerken;
de weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet indien en voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen of stoffen op, aan, in, over of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009