Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.

Artikel 2:28

Terrasvergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009

1.. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een terras in te richten, te exploiteren of in gebruik te geven op de openbare weg, op openbaar water of op een voor publiek toegankelijk terrein. 2.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd indien: een terras en/of een terras op het water niet is gesitueerd direct aangrenzend aan of in de directe nabijheid van de horeca-inrichting van de aanvrager; uit de aanvraag blijkt dat door de afmeting van het terras op een trottoir of voetgangersgedeelte niet tenminste 1,5 meter vrije doorgang voor het verkeer is gewaarborgd, tenzij de burgemeester van oordeel is dat vanuit verkeerstechnisch oogpunt een doorgang van minder dan 1,5 meter verantwoord is; uit de aanvraag blijkt dat het terras gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig beheer van de weg en daaraan niet door het verbinden van voorschriften aan de vergunning tegemoet kan worden gekomen dan wel, indien het een terras op het water betreft, de veiligheid op, de reinheid van, en/of de openbare orde op het water en/of haar oevers in gevaar wordt gebracht of belemme­ringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land; uit de aanvraag blijkt dat het terras breder is dan de gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij de burgemeester van oordeel is dat, gelet op onder meer de belangen van eigenaren/gebruikers van belendende percelen een afwijkende breedtemaat vereist of aanvaardbaar is; de aanvraag betrekking heeft op een terras op een binnenplaats of binnenterrein, dat wil zeggen een plaats of een terrein dat omsloten is door woningen, tenzij de burgemeester van oordeel is dat door het verbinden van voorschriften aan de vergunning overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende percelen kan worden voorkomen; indien de aanvraag betrekking heeft op een terras dat op het water is gelegen wordt de aanvraag tevens geweigerd indien: I.  de vergunning wordt gevraagd voor het Rapenburg (met uitzondering van de locatie hoek Rapenburg/Noordeinde), de Herengracht, de Zoeterwoudse Singel, de Witte Singel, de Morssingel, de Rijnsburgersingel, de Maresingel, de Herensingel en de Zijlsingel; II.  deze niet ten behoeve van een horecabedrijf is; III. het terras op het water niet is gelegen op een traditionele dekschuit met zwarte kleur, tenzij de burgemeester hiervan vrijstelling heeft verleend; IV. een terras op het water meer dan 10 centimeter boven de kademuur uitsteekt; het verlenen van de vergunning de rechten en/of vrijheden van anderen zal aantasten, dan wel ontoelaatbare overlast tot gevolg zal hebben; voor het terras ook andere vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen e.d.zijn vereist welke krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend. 3.. Bij de uitoefening van hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen, c.q. nadere voorschriften stellen ten aanzien van: het waarborgen van de verkeersveiligheid; de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; de voorkoming van overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende percelen; de veiligheid en gezond­heid op het water; de inrichting van terrassen in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. 4.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts worden geweigerd indien het voorgenomen terras niet voldoet aan de nadere door de burgemeester vastgestelde regels als bedoeld in het derde lid. 5.. De burgemeester verbindt aan een terrasvergunning in elk geval de volgende voorschriften: voor welke locatie en omvang het terras is toegestaan; dat een terras schoon en opgeruimd moet zijn en geen gevaar voor het publiek mag opleveren; dat een terras op het water niet mag worden verankerd met de grond of de wal; dat een terras op het water moet worden verwijderd als ter plaatse in het water of aan/op de kademuren door gemeente, nutsbedrijven of waterbeheerder werkzaamheden moeten worden verricht; een terras op het water niet mag worden voorzien van een tapmogelijkheid, tenzij de Burgemeester daarvoor ontheffing heeft verleend. 6.. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien en voorzover de Wet Milieubeheer van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel