Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:45

Betreden van plantsoenen e.d.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009

1.. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2.. Het is verboden: a. in de plantsoenen, in de parken, of op de taluds, langs de singel­grachten, op de gazons, of uit bloembakken die op of aan de weg geplaatst zijn, bloemen of takken te plukken, uit te rukken, af te rukken of af te snijden; in de plantsoenen of de parken te vervoeren of bij zich te hebben planten, struiken, heesters of bomen, soortgelijk aan die, welke ter plaatse groeien, of delen daarvan, zoals bloemen of takken, tenzij de vervoerder of houder van deze voorwerpen aannemelijk maakt, dat deze van elders afkomstig zijn. 3.. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod. 4.. Het is verboden op of aan de weg, in een boom, paal of dergelijk voorwerp, op een voertuig, bouwwerk, heining of andere afsluiting te klimmen, daaraan te hangen of zich daarin of daarop te bevinden. 5.. Het verbod in het vierde lid geldt niet indien wordt gehandeld door of met toestem­ming van de rechthebben­de.

Rechtspraak bij dit artikel