**1..** Het is de eigenaar of gebruiker van een onroerend goed zonder vergunning van het college verboden dit goed geheel of ten dele, al dan niet door middel van enig daarop aanwezig roerend goed, te gebruiken of het gebruik ervan te gedogen voor het daarop of daaraan aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, in welke vorm dan ook, dan wel van voorwerpen of inrichtingen, bestemd of gebruikt voor het aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen.
**2..** Onder opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, bedoeld in het eerste lid, worden alleen begrepen die opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, het openbaar water, enige andere voor het publiek toegankelijke plaats of vanaf de spoorbaan. Onder voorwerpen of inrichtingen, bestemd of gebruikt voor het aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, worden alleen begrepen die voorwerpen of inrichtingen, welke zichtbaar zijn vanaf plaatsen, in de vorige zin bedoeld.
**3..** Het bepaalde onder 1. is niet van toepassing ten aanzien van:
onroerend goed, gelegen in het landelijke gedeelte van de gemeente, als bedoeld in de provinciale verordening bescherming landschap en natuur Zuid-Holland;
benzinepompen als bedoeld in de Verordening Benzinepompen;
naamborden en opschriften, die betrekking hebben op de dienst, het beroep of het bedrijf, uitgeoefend in of op het onroerend goed, dan wel op de bestemming daartoe, mits zij niet groter zijn dan 0.15 m2 en geen afmeting groter is dan 0.50 m;
aankondigingen ter voldoening aan een wettelijke verplichting, mits de in het wettelijk voorschrift genoemde minimummaten niet worden overschreden. Zijn geen maten vastgesteld, dan zal als maximum zijn toegelaten: een oppervlakte van 0.15 m2 en een afmeting in een richting van 0.50 m;
aankondigingen van een verkoping en aankondigingen, waarbij een onroerend goed geheel of gedeeltelijk te koop of te huur wordt aangeboden, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben, mits zij worden aangebracht op, aan of in het onroerend, dat te koop of te huur wordt aangeboden, dan wel waarop of waarin de verkoping zal plaatsvinden en mits zij niet groter zijn dan 0.35 m2 en geen afmeting groter is dan 1m. Haar aantal mag voor elk onroerend goed niet groter zijn dan twee;
aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zo lang zij feitelijk betekenis hebben, doch voor niet langer dan vier weken, mits zij niet groter zijn dan 0.75 m2 en geen afmeting groter is dan 1 m. Indien het betreft aankondigingen aan een onroerend goed van daar in te houden wettelijk toegestane uitverkopen of opruimingen, gelden als maximummaten 3 m2 respectievelijk 3 m; voor aankondigingen aan een bioscoop van de daarin te vertonen films gelden geen maximummaten;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het inwendige gedeelte van het onroerend goed;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen op zuilen, borden en muren, welke daarvoor van gemeentewege zijn aangewezen;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen op stationsemplacementen;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, als onderdeel van een gebouw krachtens een bouwvergunning aangebracht;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, welke dienen tot het openbaren van gedachten of gevoelens, die onder de werking van artikel 7 van de Grondwet vallen;
monumenten in de zin van de Monumentenwet en de Monumentenverordening;
handelsreclame voorzover deze voldoet aan door het college vastgestelde nadere regels .
**4..** Indien een opschrift, aankondiging of afbeelding, aangebracht op, aan of in een onroerend goed overeenkomstig het bepaalde in het derde lid., onder c tot en met i, dat goed of de omgeving daarvan in ernstige mate ontsiert, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van het onroerend goed aan te schrijven het opschrift, de aankondiging of de afbeelding binnen een bij de de aanschrijving te bepalen termijn te verwijderen, dan wel op de daarbij aan te geven wijze te wijzigen.
**5..** Indien het college ten aanzien van een eigenaar of gebruiker van een onroerend goed bij herhaling gebruik heeft gemaakt van de in het vierde lid gegeven bevoegdheid, kan zij besluiten, dat het bepaalde in het derde lid, onder c tot en met i, niet geldt voor die eigenaar of gebruiker.
**6..** De eigenaar of gebruiker van een onroerend goed, die ten aanzien van dat goed een vergunning als bedoeld in het eerste lid wenst te verkrijgen, dient daartoe een aanvraag in bij het college.
**7..** De aanvraag als bedoeld in het zesde lid dient vergezeld te gaan van een tekening of foto, voldoende duidelijk voor het beoordelen van de aanvraag, aangevende het opschrift, de aankondiging of de afbeelding, welke men wenst aan te brengen, alsmede een beschrijving daarvan, onder meer vermeldende de toe te passen materialen en kleuren. De hier bedoelde stukken dienen in tweevoud te worden overgelegd.Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. Zij kan de beslissing met ten hoogste vier weken verdagen.
**8..** Het college kan een vergunning weigeren wegens gevaar voor ontsiering van het onroerend goed of de omgeving daarvan, dan wel wegens het schaden van het stadsschoon in het algemeen.
**9..** Een vergunning kan in ieder geval worden ingetrokken, indien daarvan binnen zes maanden na haar dagtekening geen gebruik is gemaakt, of wel indien - na aanvankelijk gebruik van de vergunning - hiervan gedurende een periode van tenminste zes achtereenvolgende maanden geen gebruik is gemaakt.
**10..** Indien opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, aangebracht op, in of aan een roerend goed, het stadsschoon ontsieren, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat roerend goed aan te schrijven het opschrift, de aankondiging of de afbeelding binnen een bij de aanschrijving te bepalen termijn te verwijderen, dan wel op de daarbij aan te geven wijze te wijzigen.
**11.** Het bepaalde in lid 10. is mede van toepassing op voorwerpen of inrichtingen, bestemd of gebruikt voor het aanbrengen van opschriften, aankondigingen of afbeeldingen en aangebracht op, in of aan een roerend goed.
**12.** Het is de eigenaar of gebruiker van een gebouwd onroerend goed verboden de muren daarvan in een van de omgeving afwijkende kleur te verven, te sausen of te bepleisteren dan wel dit verven, sausen of bepleisteren te gedogen, een en ander indien en voor zover de muren zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, het openbaar water, enige andere voor het publiek toegankelijke plaats of vanaf de spoorbaan.
**13.** Het is de eigenaar of gebruiker van een gebouwd onroerend goed verboden de ruiten van dat onroerend goed te verven dan wel het verven te gedogen, een en ander indien en voor zover de ruiten zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, het openbaar water, enige andere voor het publiek toegankelijke plaats of vanaf de spoorbaan.
**14.** Het bepaalde in het twaalfde en dertiende lid is niet van toepassing indien en voor zover wordt gehandeld met vergunning van het college. Het bepaalde in het zesde, achtste en negende lid is van overeenkomstige toepassing.
**15.** Het bepaalde in de leden 12 en 13 is niet van toepassing op opschriften, aankondigingen en afbeeldingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
**16.** Indien de kleur(en) van een gebouwd onroerend goed in samenhang met de omgeving het stadsschoon ontsiert/ontsieren, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van het onroerend goed aan te schrijven de kleur(en) binnen een bij de aanschrijving te bepalen termijn te verwijderen dan wel op een daarbij aan te geven wijze te wijzigen.
**17.** Indien de geblindeerde ramen van een gebouwd onroerend goed in samenhang met de omgeving het stadsschoon ontsieren, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van het onroerend goed aan te schrijven de blindering binnen een bij de aanschrijving te bepalen termijn te verwijderen dan wel op een daarbij aan te geven wijze te wijzigen.
**18.** Indien een bij een bouwwerk behorend erf wordt gebruikt voor het stallen van een of meer motorrijtuigen op meer dan twee wielen zodanig, dat het stadsschoon wordt ontsierd, is het college bevoegd de eigenaar of gebruiker van dat erf aan te schrijven zorg te dragen, dat motorrijtuigen als bovenbedoeld van het erf of van een nader aan te duiden gedeelte daarvan worden verwijderd en verwijderd gehouden.
**19.** Een aanvraag wordt aangemerkt als een aanvraag voor eenomgevings-vergunning indien de activiteit betrekking heeft op het maken van handelsreclame. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid beslist het bevoegd gezag als bedoeld in de Wabo in dat geval op de aanvraag.
**20.** Het bepaalde in de leden 10, 11, 16, 17, en 18 geldt slechts, indien en voor zover de ontsiering van het stadsschoon van de openbare weg, het openbaar water, enige andere voor het publiek toegankelijke plaats of vanaf de spoorbaan zichtbaar is.
**21.** Het bepaalde in de leden 12 tot en met 15, 16, en 18 is niet van toepassing op monumenten in de zin van de Monumentenwet en de Monumentenverordening.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 4.
Artikel 4:16
Vergunningsplicht stadsschoon
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2009