Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
van de instelling wijzigen:
op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bestuursorgaan
bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon
zijn;
indien de subsidievaststelling onjuist was en de instelling dit
wist of behoorde te weten, of; indien de instelling heeft
gehandeld in strijd met aan de subsidie verbonden
verplichtingen.
Afdeling IV
Artikel 13
Intrekken en wijzigen
Onderdeel van Verordening godsdienst onderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs