Naar hoofdinhoud

Afdeling III

Artikel 9

De aanvraag

Onderdeel van Exploitatieverordening gemeente Vlissingen 2005

1.. Een belanghebbende kan het college verzoeken tot het verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden. 2.. Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken; gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft verkregen of kan verkrijgen; gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden. 3.. Ingeval het college een aanvraag voor een bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in combinatie met een verzoek om vrijstelling ontvangt, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit vóór de beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij maakt het college een door hen vast te stellen aanduiding van het exploitatiegebied en kostenbegroting aan de exploitant bekend. Het bepaalde in artikel 5, met uitzondering van het bepaalde in de slotzin van het derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Tevens wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen bij het college voor medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van gronden. 4.. Het college beslist binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel