Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1.3

Vergunningen, toestemmingen en aanwijzingen

Onderdeel van Havenverordening Vlissingen 2009

Het college kan vergunningen en toestemmingen verlenen alsmede aanwijzingen doen en/of geven en aan deze vergunningen, toestemmingen of aanwijzingen in de zin van artikel 9.1 beperkingen en voorschriften verbinden. De beperkingen en voorschriften mogen slechts strekken tot bescherming van het belang in verband waarmede de vergunning, toestemming of aanwijzing is vereist. Toestemmingen worden verleend voor een eenmalige gedraging of handeling. Vergunningen worden verleend voor een geldigheidsduur van ten hoogste 24 maanden; het college kan de geldigheidsduur telkens verlengen met ten hoogste 24 maanden. De aanvraag en gegevens ter verkrijging van een vergunning of een toestemming of ter verkrijging van een verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning of toestemming worden bij het college ingediend, tenzij anders staat aangegeven. De verlening van een vergunning of toestemming en de verlenging van een geldigheidsduur geschieden schriftelijk of in voorkomend geval elektronisch; de verlening van een toestemming kan in spoedeisende gevallen voor een eenmalige gedraging of handeling van korte duur mondeling geschieden. Indien een vergunning of toestemming wordt verleend ter vervanging van een voorgaande vergunning of toestemming en indien de geldigheidsduur van een vergunning of toestemming wordt verlengd, kunnen de beperkingen en voorschriften worden gewijzigd. Een vergunning of toestemming wordt niet verleend en een geldigheidsduur wordt niet verlengd indien redenen van orde of veiligheid in de havens zich daartegen verzetten. Een vergunning of toestemming ter vervanging van een voorgaande vergunning of toestemming wordt niet verleend en een geldigheidsduur wordt niet verlengd, indien gebleken is dat gedurende het laatste tijdvak van geldigheid geen gebruik werd gemaakt van de betrokken vergunning of toestemming binnen het beheersgebied. Toepassing van het zevende lid, vindt plaats gedurende een tijdvak dat ten hoogste gelijk is aan en dat aansluit op het laatste tijdvak van geldigheid van de vergunning of toestemming. De toepassing kan achterwege blijven indien op genoegzame wijze is aangetoond dat om gegronde reden geen gebruik kon worden gemaakt van de toestemming of vergunning. Het college kan een vergunning, een toestemming of een verlenging voor de resterende geldigheidsduur intrekken c.q. weigeren indien: een reden waarom zij werd verleend of verlengd is vervallen; een daaraan verbonden beperking of voorschrift niet wordt nageleefd; zich na de verlening of verlenging een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening of verlenging bekend was geweest, de vergunning, de toestemming of de verlenging van de geldigheidsduur niet of niet in die vorm zou zijn verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel