**1..** Het is verboden op openbare kaden, terreinen en wegen alsmede op vaartuigen, gelegen in het beheersgebied,
als zodanig gebouwde motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en/of
alle voertuigen welke kennelijk bestemd zijn om door een motor te worden voortbewogen- vervolgens tezamen aan te duiden als: voertuigen- en onderdelen van zodanige voertuigen, ten verkoop aan te bieden of ten titel van koop aan te nemen.
**2..** Het is de eigenaar, houder of bestuurder van voertuigen en de eigenaar of houder van onderdelen daarvan verboden deze op openbare kaden, terreinen en wegen, gelegen in het beheersgebied, te parkeren of te plaatsen c.q. deze te doen parkeren of te doen plaatsen, indien redelijkerwijs is aan te nemen dat de betreffende voertuigen en onderdelen daarvan, als bedoeld in het eerste lid aldaar zijn geparkeerd c.q. geplaatst met het kennelijke doel deze vervolgens aan boord van schepen te brengen. Onder parkeren wordt ten deze verstaan het doen of laten staan van voertuigen als hiervoor bedoeld, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijke in- en uitstappen van personen danwel het onmiddellijke laden of lossen van goederen. Dit verbod geldt niet voor stuwadoorsbedrijven op voorwaarde dat deze bedrijven voorafgaand aan het parkeren of plaatsen hun voornemen daartoe melden aan het college en dat men zich houdt aan de aanwijzingen van het college.
**3..** Het in het vorige lid geformuleerde verbod geldt niet voor terreinen, zoals ter plekke aangeduid en begrensd door borden met het opschrift “parkeren van voertuigen bestemd voor schepen toegestaan”. Eigenaren, houders en bestuurders van voertuigen zijn verplicht bij het parkeren en het plaatsen de aanwijzingen op te volgen van het college.
**4..** Indien het kennelijke doel van de verwijdering is de vervoermiddelen en onderdelen daarvan aan boord van een schip te brengen, mogen deze slechts op aanwijzing van een stuwadoor worden verwijderd van het in het voorafgaande lid bedoelde terrein.
**5..** Voertuigen en onderdelen van zodanige voertuigen die in strijd met het bepaalde in het eerste lid ten verkoop worden aangeboden of ten titel van koop worden aangenomen alsmede die, welke in strijd met het bepaalde in het tweede lid worden geparkeerd of geplaatst, kunnen door het college worden weggenomen. Aanwezigheid van zodanige voertuigen en onderdelen daarvan kan door het college worden belet. Van deze bevoegdheid tot wegnemen of beletten, wordt behoudens in een spoedeisend geval en in het geval van een onbekende eigenaar, houder of bestuurder, geen gebruik gemaakt dan nadat het college de eigenaar of overtreder schriftelijk heeft opgedragen om de bedoelde voertuigen en onderdelen daarvan te verwijderen of op het in het derde lid bedoelde terrein te plaatsen en nadat gebleken is dat geen gevolg gegeven is aan de opdracht. Het college is bevoegd de met dit wegnemen of beletten gemoeide kosten bij de overtreders in rekening te brengen. Het college is bevoegd deze kosten bij wege van dwangbevel in te vorderen.