Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 3.3

Duwvaart in de havens

Onderdeel van Havenverordening Vlissingen 2009

1.. Het is verboden te varen met een duwstel of een gekoppeld samenstel met een lengte van meer dan 110 meter over alles, tenzij het wordt geassisteerd door een voldoende krachtig schip dat door zijn constructie en inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is om te assisteren. Onder een duwstel wordt verstaan een hecht samenstel van één of meer duwboten en één of meer andersoortige schepen, waarvan er tenminste één is geplaatst voor één der duwboten; onder gekoppeld samenstel wordt verstaan een samenstel van langszij van elkaar vastgemaakte schepen, waarvan er geen is geplaatst voor het schip dat dient voor het voortbewegen en besturen van het samenstel. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing: in de door het college aangewezen en bekend gemaakte gedeelten van de havens; ten aanzien van duwstellen met ten hoogste vier duwbakken, waarvan de duwboot is voorzien van een bewijs van deugdelijkheid dat afgegeven is door een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of van een Rijnoeverstaat, of van een andere staat, waarvan het bewijs van deugdelijkheid door het college is erkend, mits tevens wordt voldaan aan de in het bewijs van deugdelijkheid opgenomen voorschriften en beperkingen omtrent de samenstelling en de hoeveelheid lading van het duwstel; indien gehandeld wordt met vergunning van het college.

Rechtspraak bij dit artikel