Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5

Artikel 5.1

Meldingen bij komst en vertrek van zeeschepen

Onderdeel van Havenverordening Vlissingen 2009

1.. De kapitein van een zeeschip is verplicht er voor te zorgen dat aan de havenmeester worden gemeld: het vermoedelijke tijdstip van aankomst van het schip in de havens en wel ten minste vierentwintig uren voor de aankomst; de wisseling van ligplaats van het schip en wel ten minste drie uren voor de aanvang van de wisseling; het vertrek van het schip uit de havens en wel ten minste drie uren voor het ontmeren; schade aan schip, uitrusting of zaken dan wel enige andere omstandigheid aan boord die de bestuurbaarheid van het schip kan verminderen of de veiligheid of gezondheid in of buiten de havens in gevaar kan brengen, onverwijld nadat die omstandigheid zich heeft geopenbaard; andere gegevens die de havenmeester verlangt in verband met de aanwezigheid van het schip in de havens. 2.. De meldingen, genoemd in het eerste lid, dienen te geschieden op elektronische wijze. De meldingen dienen te geschieden aan een door het college vast te stellen elektronisch adres en met gebruikmaking van een door het college vast te stellen berichtdefinitie en protocol. 3.. Het college kan in bijzondere omstandigheden, vergunning verlenen om in afwijking van het tweede lid de melding schriftelijk te verrichten op een door de havenmeester vast te stellen formulier. Het college kan in bijzondere omstandigheden toestemming verlenen om in een eenmalig geval een melding bedoeld in het eerste lid schriftelijk te verrichten. 4.. Een gelijke verplichting als bedoeld in het eerste lid rust op de reder en de bevrachter van het zeeschip en hun vertegenwoordiger, ieder afzonderlijk. 5.. Zodra één van de in het eerste en vierde lid bedoelde personen aan zijn verplichting heeft voldaan, vervalt deze verplichting voor de anderen.

Rechtspraak bij dit artikel