Bij het bepalen van de mate van bezwarende werkomstandigheden als bedoeld in artikel 2, derde, van de Regeling bezoldigingsbeleid Vlissingen 1995, worden de volgende gezichtspunten in aanmerking genomen:
dynamische en statische spierbelasting, oplettendheid, werksfeer (vuil en afkeer; weer en temperatuur; geluidsoverlast; trillingen; hinderlijke beschermingsmiddelen) en persoonlijk risico.
hoe vaak en hoe lang komt een inconveniënt voor (incidenteel, nu en dan, regelmatig, voortdurend) en
de mate waarin het werk als inconveniënt wordt ervaren (gering, matig, aanmerkelijk, groot).