**1..** Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan natuur, (b) aantasting van de kwaliteit van natuur en/of (c) verlies of aantasting van biotopen voor aandachtssoorten, wordt de compensatie vastgesteld met inachtneming van de volgende criteria:
als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 50% (33%) financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 100% (66%) financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen kunnen worden, is compensatie slechts in zeer uitzonderlijke situaties mogelijk. Dan geldt naast een compensatie van 100% voor het verlies van de oppervlakte een financiële toeslag van 200% voor het verlies van kwaliteit. (wordt in principe geen medewerking verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie redelijk wordt geacht)
**2..** Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige toepassing
Hoofdstuk
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie