Artikel 5 definieert de inkomens- en vermogenstoets waaraan de belanghebbende die behoort tot de kring van rechthebbenden, dient te voldoen.
De inkomenstoets
Een inkomen lager dan of gelijk aan het toetsinkomen: het toetsinkomen is bepaald op 110% van de voor betrokkene geldende maximale bijstandsnorm. Voor alleenstaanden en alleenstaande ouders tot 65 jaar geldt dat tevens de maximale toeslag van 20% (ex artikel 25 van de wet) tot de bijstandsnorm wordt gerekend.
De vermogenstoets
Een vermogen lager dan of gelijk aan de vermogensgrens: aangesloten wordt bij het vermogensbegrip binnen de wet.