**1..** De zittingsperiode van een afgevaardigde, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Afgevaardigden kunnen niet langer participeren in een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen.
**3..** De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
**4..** Afgevaardigden, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**5..** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, met inachtneming van de artikelen 4 en 5.
**6..** Indien een fractielid blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het raadslidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 6
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Verordening raadscommissies Borger-Odoorn 2006