Naar hoofdinhoud
1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag, voor zover en zolang de bestaansmiddelen per maand van de medebewoner niet meer bedragen dan 40% van het minimumloon. 4.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede en derde lid niet van toepassing is 10 % van het minimumloon. 5.. De toeslag als bedoeld in het vierde lid wordt verhoogd met een toeslag van 10 % voor de medebewoner die verzorgingsbehoeftig is en voor de medebewoner die de verzorgingsbehoeftige verzorgt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel