In de vergoeding bedoeld in artikel 1, lid 1, zijn begrepen de kosten van het reizen tussen hun woning en hun werkplek waarbij uitgegaan wordt van vijf keer reizen per week.
De reizen die het in het vorige lid genoemde aantal te boven gaan, worden aangemerkt als dienstreizen en als zodanig op declaratiebasis vergoed overeenkomstig artikel 4.