**1..** Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag nodig is voor de huisvesting van een school wordt het gebruik van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte.
**2..** Indien door het college is vastgesteld dat er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein dat niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt en dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag behoort, worden afspraken gemaakt over het deel van de kosten dat voor rekening van het bevoegd gezag blijft, of welk deel van het onderhoud door het bevoegd gezag zal worden uitgevoerd.
**3..** Van het gebouw en/of terrein bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval een staat van onderhoud opgemaakt.
**4..** Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan de gemeente betaald wordt.
Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt.
**5..** Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
HOOFDSTUK 6
Artikel 36
Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Borger-Odoorn 2009