Algemeen
De gedachte van de WWB, zoals ook reeds in de algemene toelichting aangegeven, is dat de maatregel er zorg voor draagt dat de hoogte van de bijstand in overeenstemming is met de mate waarin de belanghebbende aan de verplichtingen voldoet.
De artikelen 7 en 8 bevatten de standaardmaatregelen voor de drie categorieën van gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling negatief beïnvloeden.
Op basis van jurisprudentie is het niet mogelijk een maatregel voor onbepaalde duur op te leggen. De standaardduur voor de hier bedoelde maatregelen is twee maanden. Op grond van artikel 2, tweede lid, van de Verordening kan echter worden afgeweken van de voorgeschreven standaardmaatregelen. Dat kan er in specifieke situaties toe leiden dat een zwaardere of een lichtere maatregel dan de standaardmaatregel is aangewezen.
Als het maatregelwaardige gedrag tussentijds hersteld wordt, wordt de maatregel met ingang van de daaropvolgende maand beëindigd. Dit kan er dus toe leiden dat de maatregel slechts voor één maand wordt opgelegd. Dit geldt echter niet voor maatregelen op grond van artikel 6, onderdeel c onder 3 aangezien dit een gedraging betreft die niet te herstellen is.
Als het maatregelwaardige gedrag echter voortduurt na afloop van de opgelegde maatregel, wordt opnieuw bezien of een maatregel opgelegd kan/zal worden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
De hoogte van de maatregel en artikel 8. De duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening gemeente Arnhem