**1..** De raad agendeert het burgerinitiatief zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 3 maanden na het bericht van de voorzitter conform artikel 5 lid 3 van deze verordening dat het voldoet aan de vereisten zoals gesteld in deze verordening. Er dient een periode van ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het burgerinitiatief wordt beslist.
**2..** De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.
**3..** De raad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het College van B&W. Hij stelt daarbij een termijn vast, waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht.
**4..** Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
**5..** Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer.
**6..** De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.
**7..** Een besluit om een burgerinitiatief niet op de agenda te plaatsen, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.