Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 8 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als:
aantoonbare beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen, het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken; en
de in artikel 8 onder a. genoemde voorziening onvoldoende oplossing biedt of niet beschikbaar is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Primaat algemene hulp bij het huishouden en recht op individuele hulp bij het huishouden
Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010