Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Recht op voorzieningen

Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010

1.. Recht op een voorziening bestaat slechts voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en rond de woning, het normale gebruik van de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen. Een uitzondering op de regel dat de aangevraagde voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn, wordt gevormd door situaties waarin voor een afzienbare periode hulp bij het huishouden nodig is, bijvoorbeeld bij ontslag uit het ziekenhuis na een opname of bij een ontregeld huishouden; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2.. Er bestaat geen recht op een voorziening: indien de voorziening voor een persoon met beperkingen algemeen gebruikelijk is; indien de persoon met beperkingen niet zijn woonplaats als bedoeld in de artikelen 10, lid 1, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft in de gemeente Zevenaar; voor zover er aan de zijde van de persoon met beperkingen geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming hiervoor heeft gegeven of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid achteraf nog kan beoordelen; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder krachtens deze verordening of de Wmo- of Wvg-verordening van een andere gemeente, dan wel krachtens een aan deze verordening voorafgaande Wmo- of Wvg-verordening is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de persoon met beperkingen zijn toe te rekenen. indien de persoon die aanspraak maakt op een voorziening niet kan worden aangemerkt als een persoon met beperkingen of indien de persoon die een voorziening heeft niet langer kan worden aangemerkt als een persoon met beperkingen.

Rechtspraak bij dit artikel