Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 24.

Geen recht op een woonvoorziening.

Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010

1.. Er bestaat geen recht op een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de persoon met beperkingen niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, drempelaanpassingen, hellingbanen en extra trapleuningen in niet specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezondheidssituatie, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden of verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. 2.. Er bestaat geen recht op een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder a. indien de persoon met beperkingen voor het eerst zelfstandig gaat wonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel