Onder a. Algemene voorziening.
De collectieve vervoersvoorziening is al bekend in de vorm van het collectief vraagafhankelijk vervoer, zoals dat zich vanaf 1994 onder de Wet voorzieningen gehandicapten heeft ontwikkeld. Naast het collectief vervoer kan ook worden gedacht aan de mogelijkheden voor het opzetten van scootermobielpools, in bijvoorbeeld verzorgingshuizen. De algemene voorzieningen zullen verder ontwikkeld worden. Het is aan het college om een bepaalde algemene vervoersvoorziening in het Besluit op te nemen en hiermee als adequate algemene voorziening aan te merken.
Daarnaast dient er een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen een algemene voorziening in de vorm van collectief vervoer en een kortingspas voor het collectieve vervoer. De kortingspas voor collectief vervoer betreft een individuele vervoersvoorziening.
Onder b. Voorziening in natura.
Individuele voorzieningen in natura kunnen bestaan uit een diversiteit van vervoermiddelen, evenals onder de WVG. In het Besluit c.q. het verstrekkingenbeleid wordt verder uitgewerkt onder welke voorwaarden men voor een bepaald soort voorziening in aanmerking komt.
Onder c. Persoonsgebonden budget (pgb).
Belangrijkste aanvulling ten opzichte van de Wvg is het pgb. De vaststelling van de hoogte van het pgb wordt door het college in het Besluit uitgewerkt.
Onder d. Financiële tegemoetkoming.
De financiële tegemoetkoming werd onder de Wvg verstrekt voor de extra kosten van vervoer per auto of taxi. Deze mogelijkheid is onder de Wmo gehandhaafd en wordt door het college in het Besluit nader uitgewerkt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 26.
Vormen van te verstrekken vervoersvoorzieningen.
Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010