Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 28 lid 1a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken en wanneer aantoonbare beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een algemene voorziening onmogelijk maken dan wel een algemene voorziening niet aanwezig is.
Een persoon van 75 jaar of ouder kan in afwijking van lid 1a voor de in artikel 28 lid 1a vermelde voorziening op grond van de leeftijd in aanmerking worden gebracht.
Een persoon met beperkingen kan voor één van de in artikel 28 lid 1b genoemde voorzieningen:
een scootermobiel;
een fiets in bijzondere uitvoering (niet zijnde een fiets met hulpmotor), waaronder een tandem;
een handbike;
een al dan niet aangepaste auto;
een al dan niet aangepaste gehandicaptenauto;
een ander verplaatsingsmiddel specifiek voor gehandicapten een al dan niet aangepaste auto,
of voor één van de in artikel 28 lid 2 onder a, b en c genoemde voorzieningen:
een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een (eigen) auto of een taxi,
een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi,
een auto-aanpassing,
in aanmerking worden gebracht wanneer:
aantoonbare beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken; en
aantoonbare beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een voorziening als bedoeld in 28 lid 1 a onmogelijk maken;
aantoonbare beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van een algemene voorziening als bedoeld in artikel 26 onder a. onmogelijk maken dan wel een algemene voorziening als bedoeld in artikel 26 onder a. niet aanwezig is.
Een persoon met beperkingen kan voor de in begeleiderskostenvergoeding voor de meerkosten van de begeleiding in aanmerking worden gebracht wanneer:
de persoon met beperkingen niet zelfstandig met het openbaar vervoer of collectieve vervoersvoorziening kan reizen, en
sprake is van meerkosten bij de begeleider, omdat deze alleen reist om de persoon met beperkingen te brengen/halen.
In afwijking van lid 2 onder b en c kunnen de in artikel 28 lid 1b of artikel 28 lid 2 genoemde voorzieningen ook worden verstrekt naast de in artikel 28 lid 1 onder a genoemde voorziening;de kortingspas.
De in artikel 28 lid 2 onder a genoemde voorziening kan ook in aanvulling op de in artikel 28 lid 2 onder c genoemde voorziening worden verstrekt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 29.
Het primaat van de kortingspas voor de collectieve vervoersvoorziening en het recht op individuele vervoersvoorzieningen.
Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010