Onder de Wvg is in de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bepaald dat het stellen van een inkomensgrens voor een voorziening in vervoerskosten bij een inkomen van 1,5 x de bijstandsnorm niet in strijd is met de geldende zorgplicht. Iemand met een dergelijkinkomen wordt geacht de kosten van vervoer of aanschaf, bezit en gebruik van een auto zelf te kunnen dragen. Er is een duidelijke relatie met het begrip “algemeen gebruikelijk”; indirect worden de kosten van vervoer in relatie tot het inkomen algemeen gebruikelijk geacht. Met dit artikel wordt het Wvg-beleid gecontinueerd, waarbij wel concreet wordt aangegeven welke vervoersvoorzieningen algemeen gebruikelijk worden geacht bij een bepaald inkomen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 31.
Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen.
Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010