Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen;
b de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de voor de gemeente in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een persoonsgebonden budget voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het Besluit.
de omvang van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt vastgelegd in het Besluit en bedraagt minimaal het wettelijk minimum loon;
de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, wordt door het college vastgelegd in het Besluit;
op het persoonsgebonden budget is de overeenkomst met betrekking tot hulp bij het huishouden (zgn. Menzis-overeenkomst), de pgb-overeenkomst of de bruikleenovereenkomst van toepassing.
De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.
Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen.
Na verzending van de beschikking en ontvangst van de door de budgethouder ondertekende overeenkomst wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de persoon met beperkingen.
Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, in ieder geval verstrekt:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening of van de verleende diensten;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening of van de verleende diensten;
een overzicht van de salarisadministratie;
volgens de voorschriften zoals door het college in het Besluit opgenomen.
6.Artikel 6 lid 1 onder c is tot 1 januari 2011 niet van toepassing voor personen die op 31 december 2009 reeds een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden ontvangen of voor 1 januari 2010 een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden hebben aangevraagd. Voor die personen geldt tot 1 januari 2011 dat de omvang van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden een vast percentage bedraagt van de waarde van de in de desbetreffende situatie voor de gemeente goedkoopst adequate voorziening in natura.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Persoonsgebonden budget.
Onderdeel van Gewijzigde Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zevenaar 2010