**1..** De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 van de wet, bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
10 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**2..** Voor toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
kinderen van 18 jaar en ouder met een inkomen lager dan of gelijk aan 50 procent van de gehuwdennorm. Onder inkomen worden niet begrepen een studietoelage op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
zorgbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.
verzorgenden die de zorgbehoevende belanghebbende verzorgen
**3..** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b bedraagt de toeslag 0 procent als belanghebbende twee kostgangers of (onder)huurders heeft inwonen, dan wel een combinatie van een kostganger met een (onder)huurder.
**4..** In afwijking van het eerste lid, en op grond van artikel 29 van de wet, bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar
10 procent van de gehuwdennorm indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
0 procent van de gehuwdennorm indien hij met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Toeslag alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Groesbeek 2012-A