Het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de voorzitter van de bestuurscommissie kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, ten aanzien van de stukken die het respectievelijk hij aan de bestuurscommissie overlegt, geheimhouding opleggen. Hiervan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad, haar opheft.
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Instellingsbesluit voor de Bestuurscommissie voor de lichamelijke opvoeding en de sport