Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Tegenprestatie

Onderdeel van Reintegratieverordening 2012 gemeente Midden-Drenthe

1.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden het verrichten van een tegenprestatie opleggen, als naar oordeel van het college een voorziening als beschreven in H 2 voor die persoon niet of nog niet aan de orde is of indien een dergelijke voorziening slechts voor een beperkt aantal uren per week ingezet kan worden, en er geen belemmeringen zijn om van deze persoon een extra inzet in de vorm van een tegenprestatie te vragen. 2.. De tegenprestatie wordt gedurende maximaal 20 uur per week verricht en wordt per keer voor maximaal 6 maanden opgelegd, waarna een herbeoordeling van de situatie plaatsvindt. 3.. Indien de uitkeringsgerechtigde niet zelf met een passend voorstel komt voor de invulling van de tegenprestatie, dan dient deze persoon zich aan te melden bij het steunpunt voor vrijwilligerswerk of een andere door het college aan te wijzen organisatie met als doel om alsnog zelf binnen vier weken een passend voorstel te doen aan zijn of haar consulent bij Sociale Zaken. 4.. Indien de uitkeringsgerechtigde er niet in slaagt zelf binnen vier weken na het gesprek met de consulent te komen met een voorstel voor een tegenprestatie, dan kan het college een voorstel doen voor een tegenprestatie, danwel direct een tegenprestatie opleggen. 5.. Het college stemt alleen in met een tegenprestatie, indien door een organisatie kan worden bevestigd dat de tegenprestatie ook daadwerkelijk verricht wordt en hierbij de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er door het verrichten van deze tegenprestatie geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel