Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2012

1.. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen voor maximaal vijf minuten per persoon het woord voeren in de commissievergadering. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste vijf minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6.. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 7.. De voorzitter kan een inspreker toestaan na behandeling door de commissie van een onderwerp waarop de inspreker zijn inbreng had, een korte reactie te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel