Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Uitzonderingen

Onderdeel van Mandaatstatuut 2011

In de volgende gevallen worden de (onder)gemandateerde dan wel gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheden eerst aan het bestuursorgaan ter beoordeling voorgelegd: indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid of tot vaststelling van nieuw beleid; indien het te nemen besluit zich niet verdraagt met bestaand beleid, bestaande richtlijnen of voorschriften; indien uit het te nemen besluit financiële consequenties zullen voortvloeien, die niet in de begroting zijn voorzien. indien het een bestuurlijk gevoelig besluit betreft. Stukken gericht aan de Kroon, ministers, staatssecretarissen, Nationale ombudsman, Raad van State, Commissaris der Koningin, Provinciale Staten of Gedeputeerde Staten, worden ondertekend door het bestuursorgaan, behoudens zaken met een routinematig karakter.

Rechtspraak bij dit artikel