De verlening van (onder)mandaat, machtiging of volmacht aan functionarissen, betrekking hebbende op de uitoefening van bevoegdheden van het bestuursorgaan, wordt vastgelegd:
- in een concernbreed overzicht indien het om bevoegdheden gaat die door alle diensten c.q. sectoren kunnen en mogen worden uitgeoefend;
- in een overzicht per dienst c.q. sectoren afzonderlijk.
De functionarissen oefenen de aan hen verleende bevoegdheid uit voor zover dit betreft het organisatieonderdeel waar zij hun functie uitoefenen.
In de overzichten zijn opgenomen:
a. de (wettelijke) grondslag;
b. een duidelijke omschrijving van de bevoegdheden die worden opgedragen;
c. het oorspronkelijk bevoegd bestuursorgaan;
d. de functionarissen (vermeld onder hun functie-aanduiding) aan wie de uitoefening van bevoegdheden is toegedeeld.
Onder de uitvoering van de in deze overzichten genoemde bevoegdheden wordt tevens verstaan:
a. het verrichten van alle benodigde voorbereidingshandelingen;
Het verrichten van alle benodigde handelingen na het nemen van het besluit;
het voeren van correspondentie;
het verstrekken van informatie;
Onder de in lid 2 genoemde handelingen valt bijvoorbeeld:
- het versturen van een ontvangstbevestiging;
- het opvragen van nadere stukken in het kader van de ontvankelijkheidstoets van een aanvraag;
- het versturen van een aanschrijving tot het indienen van een aanvraag;
- het nemen van een besluit ten aanzien van de ontvankelijkheid;
- het besluiten tot verdaging van de beslistermijn;
- het besluit tot aanhouding van de beslissing;
- het versturen van een constaterings-, waarschuwings- en voornemenbrief in het kader van een handhavingstraject;
- het feitelijk uitvoering geven aan een handhavingsbesluit.