Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 3Toeslagen

voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 23 tot 27 jaar.

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1.. De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt: 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder als er in zijn of haar woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 17% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die als kostganger, onderhuurder of anderszins op commerciële basis de woning deelt met een ander; 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die als kostgever, verhuurder of onderverhuurder de woning deelt met een ander; 5% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die met een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad de woning deelt of met een ander op niet commerciële basis de woning deelt. 2.. De onder het eerste lid, onderdeel b genoemde toeslag wordt verhoogd met 3% van de gehuwdennorm, als de woonkosten hoger zijn dan 26,2 % van de gehuwdennorm. Deze verhoging wordt niet toegepast als belanghebbende als kostganger inwoont. 3. De toeslag voor een dak- en thuisloze bedraagt met toepassing van artikel 30 van de wet in combinatie met artikel 32 van de wet 5% van de gehuwdennorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel