**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt:
20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder als er in zijn of haar woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
17% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die als kostganger, onderhuurder of anderszins op commerciële basis de woning deelt met een ander;
10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die als kostgever, verhuurder of onderverhuurder de woning deelt met een ander;
5% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die met een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad de woning deelt of met een ander op niet commerciële basis de woning deelt.
**2..** De onder het eerste lid, onderdeel b genoemde toeslag wordt verhoogd met 3% van de gehuwdennorm, als de woonkosten hoger zijn dan 26,2 % van de gehuwdennorm. Deze verhoging wordt niet toegepast als belanghebbende als kostganger inwoont. 3. De toeslag voor een dak- en thuisloze bedraagt met toepassing van artikel 30 van de wet in combinatie met artikel 32 van de wet 5% van de gehuwdennorm.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3Toeslagen
voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 23 tot 27 jaar.
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren