Voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 van deze verordening worden de volgende personen niet in aanmerking genomen: a. het inwonende kind met een inkomen minder dan 55% van de gehuwdennorm; b. het inwonende kind met uitsluitend een tegemoetkoming op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; c. de alleenstaande of de alleenstaande ouder of diegene met wie de woning wordt gedeeld zorgbehoevend is.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Niet in aanmerking te nemen medebewoners
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren