**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft.
**3..** De toeslag wordt eveneens bepaald op 20% van de gehuwdennorm als belanghebbende als inwonende een commerciële prijs is verschuldigd.
**4..** Van een commerciële prijs als bedoeld in het vorige lid is sprake indien belanghebbende als inwonende een reële prijs voor woonkosten is verschuldigd, zijnde tenminste een bedrag dat overeenkomt met 15% van de gehuwdennorm. Voor kostgangers worden de woonkosten bepaald door een aftrek op het verschuldigde kostgeld toe te passen ter hoogte van de voedingskosten volgens de normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).
**5..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
niet ten laste komende inwonende kinderen met een inkomen van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000;
een verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Toeslag alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet WErk en Bijstand gemeente Oss 2012A