Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:4 heeft de ambtenaar recht op een vergoeding, indien binnen 72 uur voor aanvang van de oorspronkelijk vastgestelde
feitelijke arbeidsduur per week, deze arbeidsduur wordt verschoven;
werktijd, deze werktijd wordt verschoven.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een verschuiving van de oorspronkelijk vastgesteld arbeidsduur per week en/of de oorspronkelijk vastgesteld werktijd plaatsvindt zonder dat het dienstbelang dit vereist, gedurende de periode gelegen tussen een maand en 72 uur voor aanvang van de betreffende week dan wel de werktijd.
De hoogte van deze vergoeding bedraagt voor elk verschoven uur 25% van het uurloon.
Ambtsjubileumgratificatie