Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Ontheffing en overschrijding

Onderdeel van Verordening havengelden Leeuwarden 2011

1.. Ontheffing van havengelden wordt verleend voor vaartui­gen waarvan het verblijf wordt voortgezet als gevolg van het gestremd zijn van de scheep­vaart ten gevolge van ijsgang of een andere reden van overmacht, mits in dat geval het vaartuig niet wordt geladen of gelost. 2.. Van de havengelden die worden geheven naar het tarief van een abonne­ment wordt, indien het gebruik van de haven is beëindigd voor het ver­strijken van het tijdvak, op schriftelijke aanvraag van de belas­ting­plichtige, ont­heffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van het verschuldigde bedrag als er in dat tijdvak na het tijdstip van beëindiging van de belasting­plicht, nog volle kalen­dermaanden over­blijven. 3.. Indien een vaartuig wordt vervangen door een an­der vaartuig, worden de reeds betaalde havengelden over de nog niet verstre­ken maanden van de lopende termijn voor het vaartuig dat is vervangen, verrekend met de verschul­digde havengelden over die maanden voor het ver­vangende vaar­tuig, met dien verstande, dat indien de laatst genoemde havengelden lager zijn dan het betaalde, terug­gaaf van het verschil niet plaatsvindt. 4.. Het na de, in het vorige lid be­doelde, verrekening verschuldigde bedrag moet bin­nen veertien dagen na de vervanging worden betaald. 5.. Geen ontheffing wordt verleend, ingeval op aan­vraag van de belasting­plichtige of op aanwijzing van de ha­venmeester een andere ligplaats wordt toegewezen voor hetzelfde vaartuig.

Rechtspraak bij dit artikel