In deze verordening wordt verstaan onder:
vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of zaken of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerp;
meetbrief: een door een daartoe bevoegde instantie uitgegeven en in Nederland geldig document betreffende de tonnenmaat en het laadvermogen van een vaartuig;
binnenschip: een vaartuig - niet zijnde een pleziervaartuig - dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren;
vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van zaken;
passagiersschip: een vaartuig, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatige vervoer van personen;
drijvend werktuig: een vaartuig in gebruik als drijvende bok, kraan, baggermolen of zandzuiger;
sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen;
pleziervaartuig: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor recreatie;
woonschip: een vaartuig, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik als woning;
laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip;
ton: een massa van 1.000 kilogram;
m2 oppervlakte: het product van de grootste lengte en de grootste breedte van het vaartuig;
gebruik van de haven: het in artikel 2 bedoelde gebruik van de aldaar bedoelde voor de openbare dienst bestemde wateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen of voorzieningen;
havenmeester: de havenmeester van de gemeente Leeuwarden of diens plaatsvervanger;
dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;
7, 14, 21 dagen: een aaneengesloten tijdvak van resp. 7, 14 en 21 dagen;
een maand: het tijdvak dat loopt van de (n)e dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand;
kwartaal: een aaneengesloten periode van drie maanden;
halfjaar: een aaneengesloten periode van zes maanden;
jaar: een aaneengesloten periode van 12 maanden;
Aanwijzingsbesluit ligplaatsen, kaden en wallen 2008: op grond van artikel 5:31b.2, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden zijn door het college van burgemeester en wethouders ligplaatsen aangewezen waar met name genoemde categorieën vaartuigen ligplaatsen mogen innemen of mogen aanleggen;
klasse 1: gemeentelijke ligplaats met sanitaire voorzieningen (inclusief douches), watertappunten en afvalcontainers gelegen nabij de binnenstad. Deze ligplaatsen bevinden zich tussen de Verlaatsbrug, de Prins Hendrikbrug en de Noorderbrug;
klasse 2: gemeentelijke ligplaats zonder sanitaire voorzieningen en afvalcontainers. Alle overige locaties die genoemd worden in artikel 4 van het Aanwijzingsbesluit ligplaatsen, kaden en wallen 2008.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Eerste wijziging Verordening havengelden Leeuwarden 2012